PGS 37-2 en gasdetectie bij opslag van lithium-ion batterijen

19-08-2026
PGS 37-2 en gasdetectie bij opslag van lithium-ion batterijen

Bij de opslag van lithium-ion batterijen kan een beschadigde of instabiele batterij al gassen produceren voordat rook, brand of een sterke temperatuurstijging zichtbaar is. Gasdetectie kan deze vroege signalen herkennen en daarmee kostbare tijd winnen om in te grijpen.

Maar wanneer is gasdetectie volgens PGS 37-2 eigenlijk nodig?

Wat is PGS 37-2?

PGS 37-2 is de Nederlandse richtlijn voor de veilige opslag van lithiumhoudende energiedragers. De huidige publicatie is PGS 37-2:2023 versie 1.1 van april 2026.

De richtlijn beschrijft maatregelen om incidenten met lithiumhoudende energiedragers te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. Welke maatregelen van toepassing zijn, hangt onder andere af van:

  • het type batterij of energiedrager.
  • de hoeveelheid die wordt opgeslagen.
  • de manier waarop de batterijen worden opgeslagen.
  • de inrichting van de opslagvoorziening.

Een belangrijk scenario binnen PGS 37-2 is “thermal runaway”.

Waarom is thermal runaway een risico?

Bij beschadiging, oververhitting, overladen of een interne fout kan een lithium-ion batterij instabiel worden. De temperatuur in een cel loopt op en veroorzaakt chemische reacties die opnieuw warmte produceren. Wanneer dit proces zichzelf blijft versterken, ontstaat een thermische kettingreactie, die thermal runaway wordt genoemd. Daarbij kunnen hoge temperaturen, brand en overslag naar andere cellen ontstaan. Ook kunnen brandbare en giftige gassen vrijkomen.

Het bijzondere is dat deze gassen al kunnen ontstaan voordat een batterij daadwerkelijk in brand staat. Gasdetectie kan daardoor eerder waarschuwen dan detectie die uitsluitend op rook of temperatuur reageert.

Wat zegt PGS 37-2 over gasdetectie?

Voor bepaalde opslagvoorzieningen schrijft PGS 37-2 een permanent stationair CO-detectiesysteem voor. Het doel daarvan is een zich ontwikkelende thermal runaway in een vroeg stadium tijdig al te herkennen.

Vroege alarmering kan dan gebruikt worden om bijvoorbeeld medewerkers en BHV te waarschuwen, ventilatie in te schakelen en hulpdiensten te alarmeren. 

PGS 37-2 geeft aan dat de toegepaste CO-sensor al lage concentraties moet kunnen meten. Vanaf ongeveer 10 ppm CO moet detectie mogelijk zijn. Bij hogere concentraties voorziet de richtlijn in aanvullende maatregelen.

Niet iedere batterijopslag valt automatisch onder deze eisen

De aanwezigheid van lithium-ion batterijen betekent niet automatisch dat PGS 37-2 of gasdetectie van toepassing is. Voor lithium-ion batterijen en cellen die voldoen aan bijzondere bepaling 188 van het ADR ligt de ondergrens binnen PGS 37-2 bij 1000 kg per brandcompartiment. Voor energiedragers die niet in deze categorie vallen, geldt in veel gevallen een ondergrens van 333 kg per brandcompartiment.

Er bestaan uitzonderingen en aanvullende categorieën. Daarom moet altijd naar de specifieke opslag- en bedrijfssituatie worden gekeken.

Valt mijn batterijopslag onder PGS 37-1 of PGS 37-2?

Een belangrijk onderscheid is het verschil tussen opslag van batterijen en een in bedrijf zijnde energieopslagsysteem. PGS 37-2 heeft betrekking op de opslag van lithiumhoudende energiedragers, bijvoorbeeld accu's en batterijen in een magazijn.

Voor een energieopslagsysteem (EOS) met lithiumhoudende batterijen dat in bedrijf is, geldt PGS 37-1. Een EOS dat niet operationeel is en wordt opgeslagen, kan dan wel onder PGS 37-2 vallen.

Gasdetectie goed ontwerpen

Wanneer gasdetectie onderdeel is van het veiligheidsconcept, is alleen het plaatsen van een detector niet voldoende. De detectie moet representatief zijn voor de gehele opslagvoorziening. Daarbij spelen onder andere de omvang van de ruimte, de indeling van magazijnstellingen, ventilatie, luchtstromen en de positie van de opgeslagen batterijen een rol.

In dit blog lees je meer over off-gassing, detectie en de juiste plaatsing van sensoren.

Hulp of advies nodig?

Direct overzicht van de geldende normen voor jouw project?

Meer over gasdetectie