Energie & Industrie
Normale lucht bevat 20,9 vol% zuurstof. Lees waar de alarmgrenzen voor zuurstofdetectie liggen, waarom zuurstoftekort ongemerkt gaat en waar de meetkoppen horen.
De opslag van lithium-ion batterijen brengt serieuze veiligheidsrisico's met zich mee. Zo kan een beschadigde of instabiele batterij al gassen produceren voordat rook, brand of een sterke temperatuurstijging zichtbaar is. Met de komst van de richtlijn PGS 37-2 gelden er duidelijke eisen voor de veilige opslag van deze energiedragers. Stationaire gasdetectie is een belangrijk onderdeel van preventie en veiligheid. Een betrouwbaar systeem kan deze vroege signalen herkennen en daarmee kostbare tijd winnen om in te grijpen.
Wat eist PGS 37-2 precies, hoe verhoudt deze norm zich tot PGS 37-1 en waar moet jouw installatie aan voldoen?
PGS 37-2 is de Nederlandse richtlijn voor de veilige opslag van lithiumhoudende energiedragers. De huidige publicatie is PGS 37-2:2023 versie 1.1 van april 2026.
De richtlijn beschrijft maatregelen om incidenten met lithiumhoudende energiedragers te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. Welke maatregelen van toepassing zijn, hangt onder andere af van:
Een belangrijk scenario binnen PGS 37-2 is “thermal runaway”. Bij beschadiging, oververhitting, overladen of een interne fout kan een lithium-ion batterij instabiel worden. De temperatuur in een cel loopt op en veroorzaakt chemische reacties die opnieuw warmte produceren. Wanneer dit proces zichzelf blijft versterken, ontstaat een thermische kettingreactie, die thermal runaway wordt genoemd. Daarbij kunnen hoge temperaturen, brand en overslag naar andere cellen ontstaan. Ook kunnen brandbare en giftige gassen vrijkomen.
Het bijzondere is dat deze gassen al kunnen ontstaan voordat een batterij daadwerkelijk in brand staat. Gasdetectie kan daardoor eerder waarschuwen dan detectie die uitsluitend op rook of temperatuur reageert.
PGS 37-2 geeft aan dat de toegepaste CO-sensor al lage concentraties moet kunnen meten. Vanaf ongeveer 10 ppm CO moet detectie mogelijk zijn. Bij hogere concentraties voorziet de richtlijn in aanvullende maatregelen.
Stationaire gasdetectie vervult hierin een sleutelrol:
De aanwezigheid van lithium-ion batterijen betekent niet automatisch dat PGS 37-2 of gasdetectie van toepassing is. Voor lithium-ion batterijen en cellen die voldoen aan bijzondere bepaling 188 van het ADR ligt de ondergrens binnen PGS 37-2 bij 1000 kg per brandcompartiment. Voor energiedragers die niet in deze categorie vallen, geldt in veel gevallen een ondergrens van 333 kg per brandcompartiment.
Er bestaan uitzonderingen en aanvullende categorieën. Daarom moet altijd naar de specifieke opslag- en bedrijfssituatie worden gekeken.
Binnen de PGS 37-reeks bestaan twee belangrijke richtlijnen die regelmatig door elkaar worden gehaald: PGS 37-1 en PGS 37-2. Hoewel beide richtlijnen gaan over lithiumhoudende energiedragers, verschillen het toepassingsgebied en de grens- en opslagwaarden wezenlijk.
Een belangrijk onderscheid is het verschil tussen opslag van batterijen en een in bedrijf zijnde energieopslagsysteem. PGS 37-2 heeft betrekking op de opslag van lithiumhoudende energiedragers, bijvoorbeeld accu's en batterijen in een magazijn.
Voor een energieopslagsysteem (EOS) met lithiumhoudende batterijen dat in bedrijf is, geldt PGS 37-1. Een EOS dat niet operationeel is en wordt opgeslagen, kan dan wel onder PGS 37-2 vallen.
Wanneer gasdetectie onderdeel is van het veiligheidsconcept, is alleen het plaatsen van een detector niet voldoende. De detectie moet representatief zijn voor de gehele opslagvoorziening. Daarbij spelen onder andere de omvang van de ruimte, de indeling van magazijnstellingen, ventilatie, luchtstromen en de positie van de opgeslagen batterijen een rol.
In dit blog lees je meer over off-gassing, detectie en de juiste plaatsing van sensoren.
PGS 37-2 vindt je in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Omgevingsdiensten en verzekeraars eisen al dat opslaginstallaties aan PGS 37-2 voldoen op basis van de Algemene Zorgplicht en lokale omgevingsplannen.
Bij de eerste fase van celfalen (off-gassing) komen voornamelijk waterstof, koolmonoxide, koolstofdioxide en verschillende vluchtige organische stoffen vrij.
Nee. Een optische rookmelder reageert pas wanneer er daadwerkelijk rook en zwevende deeltjes ontstaan. Op dat moment is de thermal runaway vaak al vol aan de gang. Stationaire gasdetectie detecteert de onzichtbare gassen al eerder, waardoor er preventief kan worden ingegrepen.
Ja. In een goed ontworpen veiligheidsconcept stuurt de stuurcentrale bij een vooralarm of hoofdalarm automatisch de mechanische noodventilatie aan en wordt de laadspanning afgeschakeld.