Klaar voor de nieuwe MID-richtlijn? Bereid je laadpunten in 8 stappen voor
Nu laadpalen en laadstations een steeds belangrijkere rol spelen in de dagelijkse mobiliteit, neemt ook het belang van betrouwbare metingen toe. Een laadpunt is niet alleen een aansluiting voor een elektrische auto, maar ook een meetinstrument waarop wordt afgerekend. EV-rijders, bedrijven en exploitanten moeten erop kunnen vertrouwen dat de gefactureerde kilowatturen overeenkomen met de werkelijk geleverde energie.
Eisen aan meters in laadpalen
Met de nieuwe MID-richtlijn (EU) 2026/706 worden voor het eerst geharmoniseerde Europese eisen geïntroduceerd voor meetsystemen in laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Voor exploitanten betekent dit dat meetnauwkeurigheid, certificering, controle en documenteren een structureel onderdeel worden van professioneel laadpaalbeheer.
Waar begin je?
De nieuwe richtlijn is al van kracht. Uiterlijk april 2028 hebben alle EU-landen de richtlijn in nationale wetgeving doorgevoerd. Op tijd beginnen met de voorbereidingen is essentieel. Maar waar begin je? En hoe zorg je ervoor dat je laadpunten straks aantoonbaar voldoen aan de nieuwe eisen?
Onderstaand stappenplan helpt exploitanten om hun laadinfra gestructureerd in kaart te brengen, risico’s te bepalen en meetcontrole praktisch te organiseren.
Stap 1: Breng je laadpunten en laadstations in kaart
Begin met een volledige inventarisatie van alle laadpunten. Leg per locatie vast om welk type laadpaal het gaat, of het AC- of DC-laden betreft, welke meter is toegepast, welke softwareversie actief is en welke certificaten beschikbaar zijn.
Voor exploitanten is dit de basis. Zonder goed overzicht is het lastig om te bepalen welke laadpunten al voldoen, welke extra aandacht vragen en waar de grootste risico’s zitten.
Stap 2: Bepaal waar wordt afgerekend op gemeten verbruik
Niet ieder laadpunt heeft dezelfde rol. Een laadpaal voor intern gebruik vraagt om een andere aanpak dan een publiek laadstation waarbij EV-rijders per kWh betalen.
Breng daarom in kaart waar energie wordt doorbelast aan werkgevers, medewerkers, bezoekers, huurders, klanten of andere derden. Juist op die plekken is meetnauwkeurigheid belangrijk, omdat de gebruiker erop moet kunnen vertrouwen dat de gefactureerde hoeveelheid energie klopt.
Stap 3: Controleer certificaten, software en technische documentatie
Verzamel per laadpunt de beschikbare documentatie. Denk aan:
- MID-certificaten
- Typegoedkeuringen / conformiteitsverklaringen
- Gebruikte software- / firmwareversies
- Installatieverklaringen
- Technische datasheets
- Onderhoudsgegevens
Controleer daarbij of de certificering geldt voor de juiste uitvoering van de laadpaal, inclusief de gebruikte meter, softwareversie en configuratie. Zo voorkom je dat een laadpunt op papier lijkt te voldoen, maar in de praktijk afwijkt van de gecertificeerde situatie.
Stap 4: Maak een risicobeoordeling per locatie
Niet alle laadpunten hoeven tegelijk aangepakt te worden. Geef prioriteit aan laadpunten met veel transacties, hoge laadvolumes, directe facturatie aan derden, ontbrekende documentatie of eerdere klachten over laadsessies en facturen. Zo ontstaat een praktische volgorde.
Begin met de laadpunten waar de financiële, juridische en reputatierisico’s het grootst zijn.
Stap 5: Richt een proces in voor testen en controleren
Hoewel de nieuwe MID-richtlijn geen vaste interval voorschrijft voor periodieke controles, doen exploitanten er verstandig aan om na te denken over verificatie van meetprestaties gedurende de levensduur van een laadstation. Neem meetcontrole daarom op in het reguliere beheerproces. Controleer laadpalen bijvoorbeeld bij ingebruikname, periodiek zoals tijdens onderhoud, na reparaties, na softwarewijzigingen en bij klachten.
Stap 6: Gebruik alleen geschikte apparatuur
Het testen van laadstations kan worden uitbesteed aan gespecialiseerde partijen of in eigen beheer worden uitgevoerd. In dat laatste geval zijn geschikte testapparatuur, gekalibreerde referentie-instrumenten en goed opgeleide technici belangrijk.
Onze experts helpen exploitanten en servicepartners bij het kiezen van passende test- en controleapparatuur.
Stap 7: Leg meetresultaten en wijzigingen aantoonbaar vast
Meten heeft pas waarde als de resultaten goed worden gedocumenteerd. Leg vast wanneer is gemeten, door wie, met welke apparatuur, wat de uitkomst was en welke eventuele vervolgacties zijn genomen. Borg daarnaast wijzigingen in hardware, software en configuratie. Een firmware-update, vervangen meter of aangepaste backofficekoppeling kan invloed hebben op de meetketen. Door dit goed vast te leggen, blijft aantoonbaar dat de laadpaal correct meet en betrouwbaar factureert.
Bewaar meetrapporten en documentatie centraal, zodat deze bij audits, inspecties of vragen van gebruikers direct opvraagbaar zijn.
Stap 8: Dubbelcheck de keten van meting tot factuur
De meting in de laadpaal is belangrijk, maar de volledige keten telt. Controleer daarom ook hoe meetdata wordt doorgestuurd, verwerkt en gebruikt voor facturatie. Kijk naar de registratie van de laadsessie, communicatie met de backoffice, verwerking van kWh-data, tariefberekening en uiteindelijke factuur. Zo voorkom je dat een goede meting alsnog leidt tot een foutieve afrekening.
De 8 stappen in één overzicht:
- Breng alle laadpunten en laadstations in kaart.
- Bepaal waar wordt afgerekend op gemeten verbruik.
- Controleer certificaten, software en technische documentatie.
- Maak een risicobeoordeling per locatie.
- Richt een proces in voor testen en controleren.
- Gebruik alleen geschikte apparatuur.
- Leg meetresultaten en wijzigingen aantoonbaar vast.
- Controleer de keten van meting tot factuur.