Wie benzine of diesel tankt, verwacht dat de liters op de pomp overeenkomen met de hoeveelheid brandstof die daadwerkelijk is geleverd. Daarom worden tankinstallaties gecontroleerd en waar nodig gekalibreerd. Die vanzelfsprekendheid wordt nu ook steeds belangrijker bij elektrisch laden.
Geladen en gefactureerde kilowatturen
Want ook bij een laadstation wordt afgerekend op basis van een meting. Niet in liters, maar in kilowatturen. EV-rijders, zakelijke wagenparken en exploitanten moeten erop kunnen vertrouwen dat de gefactureerde energie overeenkomt met de energie die daadwerkelijk is geleverd.
MID-richtlijn voor laadvoorzieningen elektrische voertuigen
Met de Europese MID-richtlijn 2026/706 komt daar extra nadruk op te liggen. De richtlijn breidt het Europese kader voor meetinstrumenten uit naar onder meer meetsystemen voor laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Daarmee wordt meetnauwkeurigheid een belangrijke stap in de verdere professionalisering van de laadmarkt.
Waarom deze nieuwe richtlijn?
De oorspronkelijke MID-richtlijn was opgesteld voor traditionele meetinstrumenten zoals elektriciteits-, gas- en watermeters. De explosieve groei van elektrisch laden heeft ervoor gezorgd dat miljoenen transacties plaatsvinden op basis van metingen door laadstations. Tot nu toe bestond hiervoor geen geharmoniseerd Europees kader.
Met de nieuwe richtlijn worden laadstations voor het eerst expliciet opgenomen binnen de Europese meetwetgeving. Daarmee ontstaat meer duidelijkheid voor fabrikanten, exploitanten en gebruikers van laadstations.
Een laadstation is ook een meetinstrument
De markt voor elektrisch rijden groeit razendsnel. Bedrijven, overheden en consumenten zijn steeds afhankelijker van laadinfrastructuur voor hun dagelijkse mobiliteit. Daardoor verandert ook de rol van laadstations.
Een laadstation is niet alleen een energievoorziening, maar ook een financieel meetinstrument. De gemeten kilowatturen vormen immers de basis voor afrekening.
Voor gebruikers is dat simpel: elke gefactureerde kilowattuur moet kloppen. Voor exploitanten, servicebedrijven en keuringsinstanties betekent dit dat meetnauwkeurigheid steeds belangrijker wordt. Niet alleen bij nieuwe installaties, maar ook tijdens de volledige gebruiksduur van het laadstation.
Foutieve meting is een bedrijfsrisico
Een laadstation dat structureel te veel meet, kan leiden tot te hoge facturen voor gebruikers. Dat vergroot de kans op klachten, discussies en reputatieschade. Meet een laadstation juist te weinig, dan heeft dat direct effect op het resultaat van de exploitant. Zolang het aantal laadpunten beperkt was, leek dit risico misschien beheersbaar. Maar nu laadnetwerken snel groeien en intensiever worden gebruikt, wordt betrouwbare meting een kritische factor. Exploitanten zullen steeds vaker moeten kunnen aantonen dat de meetgegevens waarop wordt afgerekend betrouwbaar en herleidbaar zijn.
Nu al rekening houden met nieuwe eisen
De gewijzigde richtlijn is op 9 april 2026 in werking getreden; lidstaten hebben daarna 24 maanden om de nieuwe regels in nationale wetgeving op te nemen. Hoewel de nationale implementatie nog moet volgen, doen exploitanten er verstandig aan om nu al rekening te houden met de komende eisen die dus uiterlijk april 2028 in wetgeving zijn vastgelegd. Denk aan voorbereiden van periodieke controles, kalibratie en de bijbehorende documentatie.