Energie & Industrie
Normale lucht bevat 20,9 vol% zuurstof. Lees waar de alarmgrenzen voor zuurstofdetectie liggen, waarom zuurstoftekort ongemerkt gaat en waar de meetkoppen horen.
Achter de deur van een transformatorhuis is een schakelinstallatie te vinden. Deze is vaak gasgeïsoleerd met hexafluoride, ook bekend onder de chemische formule SF₆. Dit gas biedt optimale elektrisch isolatie tijdens het schakelen en dooft de vlamboog. Hexafluoride maakt compacte en betrouwbare installaties mogelijk, maar heeft ook lastige eigenschappen: een lekkage zie, ruik of hoor je meestal niet, terwijl het gas ook gevaarlijke en milieubelastende eigenschappen heeft.
SF₆ gas staat voor zwavelhexafluoride. Het is een anorganisch, kleurloos, reukloos, niet-brandbaar en synthetisch gas dat bestaat uit één zwavelatoom en zes fluoratomen. Vanwege de unieke chemische structuur beschikt SF6 over uitstekende dielektrische en boogdovende eigenschappen. In de elektrotechniek en energievoorziening wordt SF₆-gas toegepast als isolatiegas in:
Hoewel SF₆ gas van zichzelf niet giftig of brandbaar is, wordt het in de technische sector ook wel een sluipmoordenaar genoemd. Het gevaar bij lekkages in transformatorstations schuilt in twee specifieke factoren:
SF₆ is kleurloos, reukloos en niet brandbaar. Het gas is ruim vijf keer zwaarder dan lucht. Bij een lekkage kan het zich daarom ophopen in laaggelegen of slecht geventileerde delen van een trafohuis. Hoewel schoon SF₆ relatief weinig toxisch is, kan het bij hoge concentraties zuurstof verdringen. Zeer gevaarlijk voor personen die in een transformatorstation werkzaamheden verrichten. Na een interne elektrische vlamboog kunnen daarnaast door ontleding schadelijke fluorverbindingen ontstaan.
Een lekkage heeft ook gevolgen voor de installatie en het milieu. De gasdruk in de schakelinstallatie kan afnemen, waardoor tijdig onderzoek en onderhoud noodzakelijk worden. Daarnaast is SF₆ een zeer sterk broeikasgas wat nauwelijks afbreekt en dus langdurig in de atmosfeer aanwezig blijft. Regelgeving stuurt daarom nadrukkelijk op het voorkomen en beperken van deze emissies.
Het is dus zaak voor de beheerder van transformatoren dat, wanneer hexafluoride vrijkomt, direct maatregelen worden ondernomen. Om dat gas optimaal te bewaken, bieden we vaste gasdetectie van Oldham: de OLCT 100 XPIR gasdetector. Deze betrouwbare detector gebruikt infraroodtechnologie om SF₆ continu in de omgevingslucht te meten. De uitvoering voor SF₆ heeft een meetbereik van 0 tot 2.000 ppm. Het meetsignaal wordt via een 4–20mA-verbinding doorgestuurd naar bijvoorbeeld een gasdetectiecentrale, PLC of gebouwbeheersysteem (GBS).
Zodra een ingestelde alarmgrens wordt overschreden, kunnen medewerkers worden gewaarschuwd en passende maatregelen worden gestart. Denk aan ventileren, de toegang beperken en een serviceteam inschakelen. De juiste detectorpositie en alarmgrenzen worden bepaald aan de hand van de ruimte, ventilatie en mogelijke lekpunten. Omdat SF₆ zwaarder is dan lucht, verdienen vooral lage punten extra aandacht.
Zo wordt een onzichtbare lekkage een meetbaar signaal. Dat helpt medewerkers en schakelinrichtingen te beschermen, emissies te beperken en in te grijpen voordat een klein lek een calamiteit wordt.
SF₆-gasdetectie is noodzakelijk omdat hexafluoride kleurloos, geurloos en ruim vijf keer zwaarder dan lucht is, waardoor een gevaarlijke lekkage onopgemerkt blijft.
Een SF₆-lek leidt tot drukverlies in de gasgeïsoleerde Schakelinstallatie (GIS), wat de isolatiewaarde en de vlamboogdoving aantast en kan leiden tot uitval of schade aan de transformator.
SF₆-detectoren moeten op lage punten en nabij mogelijke lekpunten worden gemonteerd, omdat SF₆-gas zwaarder is dan lucht en zich naar het laagste niveau verplaatst.
Voor de continue en betrouwbare bewaking van SF₆ in omgevingslucht wordt infraroodtechnologie gebruikt, zoals toegepast in de Oldham OLCT 100 XPIR gasdetector.